Woordsamenstellingen¶
Het Nederlands is een taal waarin steeds meer en nieuwe woorden worden gevormd, soms zelfs speciaal voor die ene keer (gelegenheidswoorden).
Toch voldoen die samengestelde woorden min of meer aan regels.
Een goed voorbeeld daarvan is het vormen van alle telwoorden vanaf twintig- ((een|vier|vijf|zes|zeven|acht|negen)en|(tweeën|drieën))((twin|der|veer|vijf|zes|zeven|tach|negen)tig)
- (en meer uitgebreide voor de rest)
- na duizend altijd een spatie.
- ik-vorm+baar (lever=baar,merk=baar), met uitzonderingen voor een paar ik-vormen die op een klinker eindigen (bega+baar=>begaanbaar)
- daar kan dan weer 'on' voor: onmerkbaar
- bijvoeglijk naamwoord met -heid erachter: rood=heid, dom=heid (maar dikte, lengte)
- een voltooid deelwoord kan ook bijvoeglijk worden gebruikt, dus: on=gebruikt, bezeten=heid, on=gebruikt=heid
- een taal + sprekend/sprekende
- NN1+schap/schapje/schappen/schapjes
- AJn+heid/heden/heidje
- NN1+achtig
- heid+s+ (altijd een koppel-s achter een heid-woord)
VB1+baar => AJn
VB1+bare => AJe
VB1+baarder => AJc
VB1+baardere => AJce
VB1+baarst => AJsn
VB1+baarste => AJse
on+VB1+baar => AJn
on+VB1+bare => AJe
on+VB1+baarder => AJc
on+VB1+baardere => AJce
on+VB1+baarst => AJsn
on+VB1+baarste => AJse
AJn+heid => NN1
AJn+heden => NN2
VB1+baar+heid => NN1
on+VB1+baar+heid => NN1
Dergelijke regels kunnen gebruikt worden om de woorden zo ook in de spellingcontrole te programmeren, of om geoogste woorden (zie Harvester) te beoordelen.
De koppel-s is volgens de leidraad vrij, dat wil zeggen, schrijven als deze uitgesproken wordt. Maar wanneer wordt er dan een uitgesproken en wanneer niet?